ECLI:NL:CRVB:2012:BX9311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-toeslag bij negatieve winst partner met WAO-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen een herziening van haar AOW-toeslag omdat haar partner een WAO-uitkering ontvangt die volledig in mindering is gebracht op de toeslag. Zij stelde dat ook de negatieve winst uit de onderneming van haar partner in aanmerking genomen moest worden bij de inkomensvaststelling.
De rechtbank Rotterdam wees het bezwaar af en in hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, waarbij zij tevens verwees naar artikel 10 van Pro het Inkomensbesluit AOW 1996 dat toepassing van afwijkende inkomensvaststelling bij kennelijk onredelijke resultaten mogelijk maakt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Inkomensbesluit expliciet bepaalt dat bij negatieve winst het inkomen op nihil wordt gesteld, waardoor alleen de WAO-uitkering als inkomen geldt. Er waren geen aanwijzingen dat deze toepassing onredelijk was. De stelling van appellante dat het negatieve bedrijfsresultaat op de WAO-uitkering in mindering gebracht zou moeten worden, werd verworpen.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2012 door rechter E.E.V. Lenos.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat alleen de WAO-uitkering van de partner meetelt voor de AOW-toeslag, ook bij negatieve winst uit onderneming.