ECLI:NL:CRVB:2012:BX9397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als magazijnmedewerker, viel op 29 december 2008 uit wegens lichamelijke en psychische klachten en vroeg in september 2010 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde bij besluit van 26 november 2010 vast dat appellant niet arbeidsongeschikt was in de zin van de Wet WIA, met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet, werd hoger beroep ingesteld. Appellant voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische en lichamelijke klachten, ondersteund door een rapportage van het Centrum voor Transculturele Geestelijke Gezondheidszorg (NOAGG).
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de bezwaarverzekeringsarts gemotiveerd had waarom de aanvullende stukken geen aanleiding gaven tot een andere beoordeling. Ook de arbeidsdeskundige oordeelde dat de belastbaarheid niet werd overschreden. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.