ECLI:NL:CRVB:2012:BX9447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging studiefinanciering en terugvordering teveel betaalde toelage bevestigd
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin werd vastgesteld dat zijn recht op studiefinanciering was geëindigd per 1 januari 2009. De Minister stelde dat voor de laatst gevolgde studie Nederlands recht gedurende 84 maanden recht op studiefinanciering bestaat en dat appellant deze termijn had overschreden. Tevens was een OV-schuld ontstaan doordat appellant zijn OV-kaart niet tijdig had ingeleverd.
De rechtbank Zutphen had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant geen recht meer had op studiefinanciering vanaf genoemde datum en dat de terugvordering van de teveel betaalde toelage terecht is. Ook is vastgesteld dat de Minister geen onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel recht had op studiefinanciering en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden, maar deze gronden zijn door de Raad verworpen. De Raad benadrukt dat appellant een voorziening tempobeurs had kunnen aanvragen bij medische omstandigheden en dat de OV-schuld terecht is vastgesteld omdat appellant zijn OV-kaart niet tijdig heeft ingeleverd.
De Raad wijst het hoger beroep af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen en uitgesproken op 5 oktober 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de teveel betaalde studiefinanciering en OV-schuld wordt bevestigd.