ECLI:NL:CRVB:2012:BX9562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.H. Bel
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en overschrijding vermogensgrens
Appellant ontvangt sinds 2002 bijstand en werd onderzocht naar kasstortingen op zijn bankrekening en bezit van een auto. De Dienst Werk en Inkomen concludeerde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden en dat zijn vermogen de toegestane grens overschreed.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond, maar handhaafde de intrekking van de bijstand vanaf 8 februari 2010 vanwege het niet melden van de verkoop van de auto. Appellant voerde aan dat kasstortingen leningen waren en dat de auto slechts deels tot zijn vermogen behoorde.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende concrete en verifieerbare bewijsstukken overlegde om de leningen en de waarde van de auto aannemelijk te maken. De auto werd vermoed tot het vermogen te behoren omdat deze op zijn naam stond. De intrekking van de bijstand werd daarom bevestigd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 oktober 2012. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en overschrijding van de vermogensgrens.