ECLI:NL:CRVB:2012:BX9607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor advocaatkosten wegens voldoende draagkracht
Appellant heeft in april 2010 vier aanvragen ingediend voor bijzondere bijstand ter vergoeding van advocaatkosten en griffierechten. De commissie sociale zekerheid van de gemeente Breda wees deze aanvragen gedeeltelijk af, omdat appellant vóór 19 februari 2010 een inkomen had dat hoger was dan de bijstandsnorm en voldoende draagkracht bezat om de kosten zelf te voldoen.
Na bezwaar wees de commissie een klein bedrag toe dat na 19 februari 2010 was gefactureerd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de draagkracht te hoog was vastgesteld en dat rekening moest worden gehouden met betalingstermijnen in de nota’s, waardoor meer bijzondere bijstand toegekend zou moeten worden.
De Raad oordeelde dat het draagkrachtjaar liep van 1 juli 2009 tot 1 juli 2010 en dat de draagkracht onherroepelijk was vastgesteld op € 2.250,60 voor dat jaar. Vanaf 19 februari 2010 ontving appellant bijstand, waardoor zijn draagkracht nihil werd. Het tijdstip waarop de kosten zijn opgekomen is bepalend, niet de datum van de facturen. De commissie heeft in redelijkheid de datum 19 februari 2010 als peildatum gehanteerd en de kosten vóór die datum terecht afgewezen.
Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant voldoende draagkracht had vóór 19 februari 2010, waardoor bijzondere bijstand voor die periode terecht is geweigerd.