ECLI:NL:CRVB:2012:BX9936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks schijnverlating
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf 26 februari 2008. Appellant stelde op grond van onderzoek dat betrokkene haar hoofdverblijf had in de woning van [C.], met wie zij een gezamenlijke huishouding voerde, en trok de bijstand met terugwerkende kracht in. De rechtbank oordeelde echter dat de onderzoeksresultaten onvoldoende waren om dit aan te tonen en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat ondanks het aanhouden van aparte adressen, betrokkene feitelijk haar hoofdverblijf in de woning van [C.] had. Dit bleek uit diverse waarnemingen, verklaringen van buurtbewoners, het gebruik van sleutels, en het ontbreken van aanwijzingen dat betrokkene elders haar hoofdverblijf had. Ook het geringe gebruik en inrichting van de haar toegewezen woning ondersteunden dit.
De Raad concludeerde dat betrokkene in strijd met haar inlichtingenplicht niet had gemeld dat zij haar hoofdverblijf onveranderd in de woning van [C.] had, waardoor sprake was van een gezamenlijke huishouding. De intrekking van de bijstand was daarom terecht. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep tegen het besluit van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding werd bevestigd en het beroep tegen het besluit ongegrond verklaard.