ECLI:NL:CRVB:2012:BX9966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag werkleeraanbod wegens niet overleggen bankafschriften
Appellant diende op 15 december 2009 een aanvraag in voor een werkleeraanbod op grond van de Wet investeren in jongeren. Het college verzocht appellant om binnen een eerste termijn bankafschriften van de laatste drie maanden te overleggen, maar appellant kwam hier niet aan tegemoet. Vervolgens werd hem de toegang tot de kantoren van de Dienst Werk en Inkomen ontzegd, waarna een tweede hersteltermijn werd gesteld tot 22 januari 2010. Ook binnen deze termijn werden de gevraagde bankafschriften niet overgelegd.
Het college stelde daarop de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door omstandigheden zoals dakloosheid en beperkte leesvaardigheid niet tijdig aan het verzoek kon voldoen, en dat zijn gemachtigden inadequaat hadden gehandeld. De Raad oordeelde echter dat het college voldoende hersteltermijnen had gegeven en dat de vertegenwoordiging van appellant op de hoogte was gesteld.
De Raad concludeerde dat appellant verwijtbaar tekort was geschoten in het aanleveren van de benodigde gegevens en dat het college terecht van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag is buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.