ECLI:NL:CRVB:2012:BX9982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, maar de gemeente Rotterdam stelde na onderzoek vast dat zij niet woonde op het opgegeven adres. Dit leidde tot vijf besluiten waarbij de bijstand werd beëindigd, herzien en teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat appellante niet woonde op het opgegeven adres en bevestigde de besluiten van het college. In hoger beroep voerde appellante onder meer aan dat artikel 40 WWB Pro had moeten worden toegepast en dat het waterverbruik in de woning niet juist was geïnterpreteerd.
De Raad verwierp deze argumenten. Uit het onderzoek bleek een extreem laag waterverbruik, geen verse levensmiddelen in de woning en andere aanwijzingen dat appellante de woning niet bewoonde. De verklaringen van appellante waren onvoldoende onderbouwd en niet consistent.
De Raad stelde vast dat appellante de inlichtingenverplichting schond door niet te melden dat zij niet op het opgegeven adres woonde, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De intrekking en terugvordering van de bijstand waren terecht. Bijzondere omstandigheden boden geen grond om van terugvordering af te zien.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd.