ECLI:NL:CRVB:2012:BY0067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid volgens WAO-beoordeling
Appellant ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, welke door het UWV per 18 juni 2008 werd ingetrokken omdat hij geschikt werd geacht voor functies met een verdiencapaciteit die het verlies aan inkomen onder 15% bracht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond.
Appellant meldde zich op 16 juni 2010 ziek vanuit een WW-uitkering, waarna het UWV ziekengeld toekende. Op 27 juli 2010 besloot het UWV dit ziekengeld te beëindigen omdat appellant niet meer ongeschikt werd geacht voor zijn arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, onderbouwd met zorgvuldig medisch onderzoek en rapportages van verzekeringsartsen.
In hoger beroep stelde appellant dat hij per datum in geding meer beperkt was dan bij de WAO-beoordeling. De Raad overwoog dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de laatst verrichte arbeid of, bij langdurige ongeschiktheid, de functies geduid in de WAO-beoordeling. De Raad bevestigde dat het UWV terecht is uitgegaan van de WAO-functies en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van het ziekengeld bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot intrekking van het ziekengeld bevestigd.