ECLI:NL:CRVB:2012:BY0073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om herziening van het besluit tot beëindiging van haar Ziektewetuitkering per 30 juli 2007, met als argument dat zij leed aan de ziekte van Pfeiffer, vastgesteld via orthomoleculair onderzoek. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat de medische gegevens niet als nieuw feit konden worden beschouwd en het orthomoleculair onderzoek niet strookte met gangbare medische inzichten. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, maar de Raad volgde het UWV en de rechtbank.
De Raad benadrukte dat voor de Ziektewet niet de diagnose zelf, maar de beperkingen die voortvloeien uit ziekte of gebrek van belang zijn, en appellante bracht geen nieuwe gegevens over die beperkingen in. Daarom is het eerdere besluit rechtens onaantastbaar gebleven en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering blijft gehandhaafd.