ECLI:NL:CRVB:2012:BY0124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking terugwerkende kracht AOW-uitkering tot één jaar bevestigd
Appellant diende in juni 2008 een aanvraag in voor een AOW-uitkering met terugwerkende kracht vanaf november 2006. Hij stelde dat hij door medische redenen en onwetendheid niet eerder kon aanvragen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees een langere terugwerkende kracht af en verleende slechts een gedeeltelijke uitkering vanaf november 2006.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen bijzonder geval aantoonde dat een langere terugwerkende kracht rechtvaardigde. De medische beperkingen waren niet zodanig ernstig dat hij niet tijdig een aanvraag kon laten indienen, mede omdat hij kon rekenen op hulp van derden, zoals zijn dochter. Onbekendheid met de regelgeving was volgens vaste rechtspraak geen grond voor een bijzonder geval.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en voegde een verklaring van zijn huisarts toe. Ook wees hij op de oorlogssituatie in Bosnië-Herzegovina en een herseninfarct. De Raad bevestigde echter de eerdere uitspraak, stellende dat de terugwerkende kracht terecht beperkt bleef tot één jaar. De Raad achtte geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De terugwerkende kracht van de AOW-uitkering wordt beperkt tot één jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag.