ECLI:NL:CRVB:2012:BY0194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven bij gehuwden onder huwelijkse voorwaarden voor AOW-pensioen
Appellant ontving een AOW-pensioen op basis van de alleenstaande norm en is op 15 juni 2010 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden. Hij en zijn echtgenote wonen op verschillende adressen en blijven financieel onafhankelijk, maar onderhouden regelmatig contact en hebben een gezamenlijke sociale relatie.
De Sociale verzekeringsbank herzag het pensioen naar de gehuwdennorm, wat door appellant werd betwist. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven betekent dat echtgenoten elk een eigen leven leiden alsof ze niet gehuwd zijn, en dat deze toestand bestendig moet zijn bedoeld. De feiten toonden aan dat appellant en zijn echtgenote geen duurzaam gescheiden leven leiden, mede vanwege hun sociale omgang en wederzijdse zorgmogelijkheden.
De Raad verwees naar een vergelijkbare uitspraak van de Hoge Raad uit 1973 en verwierp het beroep van appellant op een eerdere uitspraak van de Raad uit 2003. Het hoger beroep werd afgewezen en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm blijft gehandhaafd.