ECLI:NL:CRVB:2012:BY0312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor achterstallige huur en salariskosten wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellante had een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand voor achterstallige huur en salariskosten. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wees deze aanvraag af omdat appellante ten tijde van de aanvraag beschikte over de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB.
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische problemen bijzondere omstandigheden vormden die de schulden veroorzaakten en dat de afwijzing van de aanvraag haar en haar kind op straat had gezet. De Raad concludeerde echter dat deze omstandigheden geen zeer dringende redenen opleverden zoals bedoeld in artikel 49, aanhef en onder b, van de WWB.
De Raad wees erop dat het college eerdere aanvragen om algemene bijstand buiten behandeling had gelaten vanwege het niet verstrekken van gegevens door appellante en dat de psychische problemen niet met objectieve medische gegevens waren onderbouwd. Bovendien was appellante kort na de aanvraag bij haar moeder gaan wonen, zodat zij niet dakloos was geworden.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen werd bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor achterstallige huur en salariskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.