ECLI:NL:CRVB:2012:BY0324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verhuiskostenvergoeding op grond van Wmo wegens ontbreken objectief causaal verband
Betrokkene vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een woonvoorziening in de vorm van een verhuiskostenvergoeding aan vanwege een beklemmend gevoel in zijn woning, voortkomend uit niet-aangeboren hersenletsel. De gemeente wees de aanvraag af omdat er geen medisch causaal verband bestond tussen de beperkingen van betrokkene en het gebruik van de woning.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de gemeente een onjuiste maatstaf had gehanteerd door zich te beperken tot chronisch psychische problemen en dat psychosociale problemen alsnog beoordeeld moesten worden. De verzekeringsarts concludeerde echter dat er geen objectieve beperkingen of ziekteverschijnselen waren die verband hielden met de woning.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde zowel de tussenuitspraak als de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de gemeente terecht de aanvraag had afgewezen. Er was geen objectief bewijs dat het wonen in de woning de beperkingen van betrokkene veroorzaakte of verergerde. Betrokkene kon niet volstaan met subjectieve beleving zonder objectieve feiten aan te dragen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verhuiskostenvergoeding blijft in stand.