ECLI:NL:CRVB:2012:BY0339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstand en beperking terugvordering wegens gebrek bevoegdheid
In deze zaak stond het beroep van appellante tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere centraal, waarin bijstand was ingetrokken en teruggevorderd. Na een eerdere tussenuitspraak heeft het college een nieuw besluit genomen waarbij het gebrek aan bevoegdheid om bijstand in te trekken over de periode van 25 december 2007 tot en met 11 februari 2008 werd hersteld. De terugvordering werd beperkt tot de periode van 1 november 2002 tot en met 24 december 2007 en van 12 februari 2008 tot en met 3 maart 2008, met een bedrag van € 38.656,42.
De Raad verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de intrekking van bijstand over de genoemde periode en de terugvordering betrof. Tevens werd het besluit van 2 oktober 2008 herroepen voor zover het de intrekking van bijstand over deze periode betrof. Daarnaast werd het beroep tegen het besluit van 26 juni 2012 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd voor zover daarin geen vergoeding voor kosten in bezwaar was toegekend. Het college werd veroordeeld in de kosten van de procedures.
Appellante had nog aanvullende stukken ingebracht ter onderbouwing van haar stelling dat ook in eerdere jaren sprake was van bedrijfssluiting, maar deze werden wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten. De Raad besloot af te zien van nader onderzoek ter zitting en verwees de zaak naar de enkelvoudige kamer. De uitspraak werd op 9 oktober 2012 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van bijstand over een bepaalde periode wordt vernietigd en de terugvordering beperkt.