ECLI:NL:CRVB:2012:BY0613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum bijstand op 2 november 2009 wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante had bijstand ontvangen over de periode van 31 oktober 2006 tot 15 april 2009. Op 2 november 2009 heeft zij zich gemeld bij het UWV om bijstand aan te vragen, waarbij zij later ook bijstand over eerdere periodes wilde aanvragen. Het college kende de bijstand toe met ingang van 2 november 2009 en weigerde terugwerkende kracht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante zich niet eerder dan 2 november 2009 had gemeld om bijstand aan te vragen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij eerder bij het CWI had aangegeven een aanvraag te willen doen, maar werd verwezen naar het UWV voor een WW-uitkering. De Raad vond dit niet aannemelijk en oordeelde dat geen schriftelijke aanvraag of melding was gedaan die aan de wettelijke eisen voldoet.
De Raad bevestigt dat volgens vaste rechtspraak bijstand niet wordt verleend over perioden voorafgaand aan de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellante heeft geen bijzondere omstandigheden kunnen aantonen. Haar keuze om te wachten met de aanvraag tot zij een overzicht had van haar inkomsten in oktober 2009, is voor eigen rekening en risico. Daarom is de ingangsdatum van 2 november 2009 terecht vastgesteld en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstand is terecht vastgesteld op 2 november 2009 en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.