ECLI:NL:CRVB:2012:BY0622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing dienstongeval na val op met sneeuw en ijs bedekte boei
Appellant, werkzaam bij Rijkswaterstaat, liep tijdens werkzaamheden aan een boei een breuk aan zijn rechterheup en rib op door uitglijden op een met sneeuw en ijs bedekte looprand. Hij had de opleiding basisveiligheid VCA gevolgd en was die dag leidinggevende. Er waren diverse veilige alternatieven beschikbaar, zoals het gebruik van een aanhaaktrap, het verwijderen van sneeuw en ijs vooraf of het uitstellen van het werk.
De minister wees het verzoek van appellant om het ongeval als dienstongeval te erkennen af, omdat het ongeval te wijten was aan zijn eigen onvoorzichtigheid. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij geen andere keuze had en dat de arbeidsinspectie een boete aan de werkgever had opgelegd vanwege de onveilige arbeidsplek.
De Raad stelde vast dat appellant ter zitting was teruggekomen op zijn oorspronkelijke verklaring, die wel werd aangenomen als feitelijk juist. De Raad vond dat appellant het risico bewust had genomen door op de gladde looprand te gaan staan, terwijl veilige alternatieven aanwezig waren. De boete van de Arbeidsinspectie veranderde hier niets aan omdat deze een ander toetsingskader hanteert.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het ongeval wordt niet als dienstongeval aangemerkt vanwege eigen onvoorzichtigheid van appellant.