ECLI:NL:CRVB:2012:BY0909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet nakomen arbeidsverplichting
Appellante ontvangt sinds augustus 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en is gehouden aan arbeidsverplichtingen. Op 25 juni 2010 verscheen zij niet op haar eerste werkdag bij een cateringbedrijf, een voorziening die haar in het kader van de WWB was aangeboden. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft daarop haar bijstand verlaagd met 100% gedurende een maand, later beperkt tot een verlaging van €200.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze verlaging ongegrond. In hoger beroep stelt appellante dat zij aan haar verplichtingen heeft voldaan en dat de verlaging onevenredig hoog is gezien haar financiële situatie. De Raad oordeelt dat appellante niet is verschenen op haar werk en daarmee ernstig tekort is geschoten in haar medewerking.
De Raad stelt vast dat de verlaging van de bijstand op grond van artikel 18 WWB Pro en de Afstemmingsverordening Amsterdam terecht is opgelegd en dat appellante onvoldoende heeft aangetoond dat de verlaging haar onredelijk zwaar treft. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met €200 wordt bevestigd wegens het niet verschijnen op het werk.