ECLI:NL:CRVB:2012:BY0953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering heropening WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 1985 een volledige WAO-uitkering, die in 2006 werd beëindigd wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2008 weigerde het UWV in 2010 de heropening van de WAO-uitkering en stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was volgens de WIA. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat zijn beperkingen, met name op sociaal en persoonlijk functioneren door psychiatrische aandoeningen, waren onderschat.
De Raad liet een deskundige psychiater een aanvullend onderzoek uitvoeren, die een chronische paniek/angststoornis en andere psychosociale problematiek vaststelde. De deskundige onderschreef de functionele mogelijkhedenlijst opgesteld door de bezwaarverzekeringsarts, die beperkingen in sociaal en persoonlijk functioneren en enige fysieke beperkingen vaststelde, maar geen urenbeperking of volledige arbeidsongeschiktheid zag.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig, inzichtelijk en consistent was, en dat noch appellant noch het UWV nadere opmerkingen hadden. De rechtbank had eerder ook geoordeeld dat de beperkingen niet waren onderschat en de voorgehouden functies passend waren. De Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de weigering tot heropening van de WAO-uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot heropening van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.