Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2012:BY1148

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-1378 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 WWBArt. 31 WWBArt. 34 WWBArt. 8:73 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor vaste kosten telefoon en internet wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor vaste kosten van telefoon en internet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Winsum zijn afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelt appellant dat vanwege medische klachten en isolement vaste aansluitingen noodzakelijk zijn om contact met de buitenwereld te onderhouden.

De Raad toetst of de kosten zich voordoen, noodzakelijk zijn in het individuele geval en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De vaste kosten voor telefoon en internet behoren tot de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan en dienen in principe uit de bijstandsnorm te worden voldaan. Appellant heeft onvoldoende medische informatie overlegd die het bestaan van bijzondere omstandigheden aantoont.

De enkele wens om het isolement te doorbreken is onvoldoende als grond voor bijzondere bijstand. Het college heeft bovendien gesteld dat appellant contact onderhoudt met zijn behandelaar. De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor toewijzing van proceskosten.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag bijzondere bijstand voor vaste kosten telefoon en internet wordt niet toegekend.

Uitspraak

12/1378 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 19 januari 2012, 10/1213 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Winsum (college)
Datum uitspraak: 23 oktober 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. F. Bakker, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2012. Namens appellant is
mr. Bakker verschenen. Het college heeft zich, zoals vooraf bericht, niet laten vertegenwoordigen.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant heeft op 29 maart 2007 bijzondere bijstand aangevraagd voor de vaste kosten voor telefoon en internet. Het college heeft deze aanvraag bij besluit van 10 april 2007 afgewezen.
1.2. Bij besluit van 17 oktober 2007 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 10 april 2007 ongegrond verklaard. Hieraan ligt ten grondslag dat de kosten waarvoor appellant bijzondere bijstand heeft gevraagd behoren tot de algemene kosten van het bestaan, welke in beginsel uit de bijstandsnorm dienen te worden bestreden.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3.1 Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant heeft aangevoerd dat hij vindt dat hij recht heeft op bijzondere bijstand omdat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Als gevolg van zijn medische klachten kan hij nagenoeg niet naar buiten, zodat hij voor contact met de buitenwereld grotendeels is aangewezen op telefoon en internet. Appellant heeft verzocht om vergoeding van schade onder toepassing van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. In artikel 35, eerste lid, eerste volzin, van de Wet werk en bijstand (WWB) is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het College niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.
4.2. Volgens vaste rechtspraak (CRvB 13 oktober 2009, LJN BK0985) moet bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de WWB eerst beoordeeld worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de alleenstaande of het gezin noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
4.3. De vaste kosten voor telefoon en internet behoren tot de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan, die de betrokkene in beginsel uit de bijstandsnorm dient te voldoen. Afzonderlijke bijstandsverlening is niet mogelijk, tenzij de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
4.4. Hetgeen appellant heeft aangevoerd biedt geen grond voor het oordeel dat sprake is van bijzondere omstandigheden als hiervoor bedoeld. De enkele wens van appellant om, zo begrijpt de Raad, zijn isolement te doorbreken en meer contact te hebben met de buitenwereld is daarvoor onvoldoende. In dit verband heeft het college zich in het verweerschrift terecht op het standpunt gesteld dat slechts bekend is dat appellant onder behandeling is bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, maar dat geen medische informatie over een bepaalde stoornis van appellant voorhanden is. Appellant heeft in ieder geval niet aannemelijk gemaakt dat in het kader van zijn behandeling vaste aansluitingen voor telefoon en internet noodzakelijk zijn. Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van appellant overigens meegedeeld dat appellant met zijn behandelaar de nodige contacten onderhoudt.
4.5. Uit 4.4 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en dat de vordering tot schadevergoeding dient te worden afgewezen.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2012.
(getekend) C. van Viegen
(getekend) J.T.P. Pot
HD