ECLI:NL:CRVB:2012:BY2079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- M.R. Schuurman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid werknemer voor eigen werk bij ziektewetuitkering
Appellant trad op 5 januari 2009 in dienst als hulpkracht bij een stichting en verrichtte inpakwerkzaamheden. Na uitval wegens ziekte op 9 december 2009 eindigde het dienstverband op 4 januari 2010. Een verzekeringsgeneeskundig onderzoek op 5 februari 2010 stelde vast dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk volgens de Ziektewet. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop een bezwaarverzekeringsarts hem op 18 maart 2010 onderzocht en aanvullende medische informatie werd opgevraagd.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) verklaarde het bezwaar op 8 april 2010 ongegrond. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de medische gegevens juist waren gebruikt, inclusief informatie van de behandelende sector.
In hoger beroep stelde appellant dat hij op de betwiste datum psychisch meer beperkingen ondervond en met zijn rechterarm niet zijn werk kon uitvoeren, onderbouwd met een rapportage van een bedrijfsarts. De Raad oordeelde dat deze rapportage een andere doelstelling had dan de beoordeling van de Ziektewetuitkering en dat het antidepressivagebruik in de besluitvorming was betrokken. Omdat appellant met dezelfde lichamelijke aandoeningen een jaar zijn werkzaamheden had verricht, concludeerde de Raad dat hij niet ongeschikt was voor het werk.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd op 31 oktober 2012 in het openbaar uitgesproken door H.G. Rottier, in aanwezigheid van griffier M.R. Schuurman.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.