ECLI:NL:CRVB:2012:BY2111
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding verhuis- en herinrichtingskosten wegens ontbreken medische noodzaak
Betrokkene, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met blijvende lichamelijke invaliditeit, vroeg vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten aan vanwege verhuizing van Zutphen naar Groningen. De Sociale Verzekeringsbank wees dit verzoek af omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk werd geacht.
De Raad overwoog dat vergoeding alleen kan worden toegekend als medische klachten de verhuizing noodzakelijk maken. Adviezen van geneeskundig adviseurs en informatie van de huisarts en cardioloog ondersteunden het standpunt dat er geen medische noodzaak was. De verhuizing was vooral ingegeven door de wens om dichter bij familie te wonen.
De Raad concludeerde dat de nieuwe woonsituatie niet wezenlijk verschilde van de oude en dat verzorging ook in de oude woonplaats geregeld kon worden. Psychische klachten werden niet aannemelijk gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van medische noodzaak.