ECLI:NL:CRVB:2012:BY2114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning indicatie persoonlijke verzorging na afwijzing door CIZ
Appellant had een aanvraag voor persoonlijke verzorging ingediend die door CIZ werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond op basis van dossieronderzoek en het standpunt dat appellant zichzelf met hulpmiddelen kon verzorgen.
Op zitting werd afgesproken dat appellant een ergotherapeut zou consulteren om te beoordelen welke handelingen hij zelf kon verrichten en welke hulp nodig was. De ergotherapeut concludeerde dat appellant grotendeels afhankelijk was van derden voor wassen, scheren, aankleden en nagels knippen, waarbij hulpmiddelen geen oplossing boden.
De Raad oordeelt dat appellant voor persoonlijke verzorging geïndiceerd had moeten worden, mede omdat zijn medische situatie niet was verbeterd sinds de eerdere indicatie. De Raad vernietigt het besluit van CIZ en kent een indicatie toe voor klasse 3 (4 tot 6,9 uur per week) voor drie jaar toe.
Daarnaast veroordeelt de Raad CIZ in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door A.J. Schaap op 31 oktober 2012.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit van CIZ en kent een indicatie persoonlijke verzorging klasse 3 toe voor drie jaar.