ECLI:NL:CRVB:2012:BY2128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.J. Govaers
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 1996 bijstand en werd in 2009 door het college geconfronteerd met een vermoeden van verzwegen inkomsten uit handel in oud ijzer. Uit onderzoek bleek dat appellant en zijn echtgenote in 2008 door de Duitse douane waren gecontroleerd tijdens het ophalen van oud ijzer. Appellant gaf toe inkomsten uit deze handel te hebben gehad, maar had dit niet gemeld aan het college, hetgeen een schending van de inlichtingenverplichting opleverde.
Het college trok de bijstand over de periode van 17 februari 2008 tot 17 februari 2009 in en vorderde de kosten van bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de controle door de douane onvoldoende was om het recht op bijstand over de gehele periode te ontkennen en dat zijn verklaring op 17 februari 2009 niet meegewogen mocht worden.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van de inkomsten en dat het aan appellant was om aannemelijk te maken dat hij recht had op bijstand. Dit is niet gelukt omdat hij geen concrete, verifieerbare stukken over zijn inkomsten had overgelegd. Het college had terecht de bijstand ingetrokken en de kosten teruggevorderd. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.