ECLI:NL:CRVB:2012:BY2258
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitbreiding huishoudelijke hulp wegens niet-causale oogklachten bij burger-oorlogsslachtoffer
Appellant, geboren in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in mei 1991 een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wubo. Hoewel hij werd erkend als slachtoffer van ongeregeldheden, werd vastgesteld dat zijn oogklachten niet het gevolg waren van oorlogsletsel en daarom werd hij niet erkend als burger-oorlogsslachtoffer met blijvende invaliditeit.
Na diverse besluiten en bezwaarprocedures werd in 1999 psychisch letsel als gevolg van oorlogservaringen erkend, maar de oogklachten werden niet als oorlogsgerelateerd beschouwd, mede omdat appellant na zijn internering nog lang in de tropen verbleef. In 2011 werd een verzoek tot uitbreiding van huishoudelijke hulp gehonoreerd, maar de oogklachten werden niet als oorzakelijk verbonden aan het oorlogsgeweld erkend.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat de oogklachten wel verband hielden met de internering, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. De Centrale Raad van Beroep volgt verweerder hierin en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.