ECLI:NL:CRVB:2012:BY2374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in ambtenarenzaak
Betrokkene vorderde een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een procedure omtrent verlofuren en functiewaardering. De Raad stelde vast dat de totale procedure zes jaar en zeven maanden duurde, waarbij zowel de bestuurlijke als de rechterlijke fase de redelijke termijn overschreden.
De Staat erkende een overschrijding van zes maanden in de rechterlijke fase, terwijl de minister een overschrijding van twee jaar en zeven maanden in de bestuurlijke fase erkende. De Raad oordeelde dat de periode tussen het beroepschrift en de doorzending aan de minister tot de bestuurlijke fase behoort, ondanks de minister dit anders zag.
De Raad bepaalde dat de redelijke termijn in deze zaak maximaal vier jaar mocht bedragen, waardoor een overschrijding van ruim twee jaar en zeven maanden resteerde. Op basis hiervan werd een schadevergoeding van €3.500,- toegekend, waarvan €1.000,- voor rekening van de Staat en €2.500,- voor de minister. Tevens werden proceskosten van €437,- toegewezen, te verdelen tussen Staat en minister.
Uitkomst: De Staat en minister worden veroordeeld tot betaling van in totaal €3.500,- aan immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.