ECLI:NL:CRVB:2012:BY2376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening besluit beëindiging bijstand wegens ontbreken nieuw gebleken feit
Appellant had bij het college een aanvraag tot bijstand ingediend, waarna het college het recht op bijstand opschortte en uiteindelijk beëindigde wegens het niet overleggen van een geldig verblijfsdocument. Appellant vroeg later herziening van dit besluit en overhandigde daarbij een nieuw verblijfsdocument. Het college wees het verzoek af omdat dit document niet als een nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid kon worden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het nieuwe verblijfsdocument wel degelijk een nieuw feit was en dat het vertrouwensbeginsel hem recht gaf op bijstand met terugwerkende kracht. De Raad oordeelde dat het eerdere besluit onherroepelijk was en dat het overleggen van het verblijfsdocument niet volstond als nieuw gebleken feit, aangezien appellant dit document eerder had kunnen overleggen of de benodigde stappen had kunnen nemen om het tijdig te verkrijgen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en bijzondere omstandigheden had betrekking op het latere besluit tot verlening van bijstand en was niet relevant voor de procedure waarin het ging om terugkomen op een onherroepelijk besluit. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om terug te komen op het eerdere besluit tot beëindiging van bijstand.