ECLI:NL:CRVB:2012:BY2417

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2879 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch inzake een WAJONG-zaak. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.

De Raad heeft het verzoek tot proceskostenveroordeling van het UWV behandeld op basis van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet. Gezien de volledige tegemoetkoming van het UWV acht de Raad het redelijk het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die appellant in beroep en hoger beroep heeft gemaakt.

De proceskosten zijn begroot op € 1.550,40, bestaande uit kosten in beroep, hoger beroep en reiskosten. De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de uitspraak in het openbaar gedaan op 7 november 2012. De beslissing bevestigt dat het UWV de kosten van appellant moet vergoeden, waarbij appellant zich voor het griffierecht rechtstreeks tot het UWV kan wenden.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.550,40 aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

10/2879 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 9 april 2010, 09/1084 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 7 november 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.F.J. Witlox, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2011. Appellant en gemachtigde zijn ter zitting verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G. Vermeijden. De Raad heeft het onderzoek heropend. Vervolgens heeft de Raad psychiater dr. A.J.W.M. Trompenaars als deskundige benoemd voor het instellen van een onderzoek. Op 16 april 2012 heeft deze psychiater rapport uitgebracht.
Het Uwv heeft op 11 juli 2012 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 16 juli 2012 heeft mr. Witlox namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft bericht zich te refereren aan het oordeel van de Raad.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Gelet hierop bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant.
Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase moet de Raad nog beslissen over de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten.
De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,-- in beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting), € 874,-- in hoger beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 32,40 aan reiskosten, in totaal € 1.550,40.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.550,40, te betalen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 november 2012.
(getekend) C.P.J. Goorden
(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder