ECLI:NL:CRVB:2012:BY3245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele bindingspremie wegens geringe uitstroomkans
Appellant, werkzaam als sergeant bij het Korps Mariniers, werd per 2 juli 2009 bevorderd tot sergeant majoor en toegewezen aan een hogere functie. Hij verzocht om een individuele bindingspremie, die door de commandant werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
Appellant betwistte dat zijn kans op uitstroom gering was en voerde aan dat hij op grond van het gelijkheidsbeginsel recht had op de premie. De Raad oordeelde dat de commandant terecht had vastgesteld dat de kans op uitstroom klein was, mede op basis van een notitie van een gesprek waarin aan appellant was meegedeeld dat hij zou worden bevorderd en geplaatst.
De Raad verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de collega’s die wel een premie ontvingen zich in een andere situatie bevonden, met minder zekerheid over hun bevordering. Willekeur of categorale toekenning was niet vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een individuele bindingspremie.