ECLI:NL:CRVB:2012:BY3297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening partnertoeslag AOW wegens niet gemelde inkomsten echtgenote
Appellant ontving vanaf juli 1997 een AOW-pensioen met partnertoeslag. In november 2009 ontving de Sociale Verzekeringsbank (Svb) informatie over het inkomen van de echtgenote van appellant, dat niet was gemeld. De Svb herzag daarop de toeslag over de periode januari 1998 tot en met december 2009 en vorderde een bedrag van €63.538,88 terug.
Appellant stelde dat de Svb onterecht de toeslag herzag en dat sprake was van schending van het rechtszekerheidsbeginsel en onjuiste bewijslastverdeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Raad bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant verantwoordelijk was voor het niet melden van de inkomsten, ook al was het aanvraagformulier met hulp van een medewerker ingevuld en beheerst appellant de Nederlandse taal onvoldoende.
De Raad stelde vast dat de Svb haar beleid omtrent terugwerkende herziening consistent heeft toegepast en dat geen dringende redenen bestonden om van herziening af te zien. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de procedure binnen vier jaar werd afgerond.
Uitkomst: De herziening van de partnertoeslag AOW wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.