ECLI:NL:CRVB:2012:BY3333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen dagloonvaststelling WW zonder onkostenvergoeding
Appellant was sinds 18 juni 2001 in dienst als chauffeur en ontving een onkostenvergoeding op basis van de cao. Na het faillissement van zijn werkgever in 2009 kreeg appellant een WW-uitkering op basis van een dagloon zonder deze onkostenvergoeding mee te rekenen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze dagloonvaststelling omdat de onkostenvergoeding volgens hem een wezenlijk deel van zijn inkomen vormde. Dit bezwaar werd door het UWV afgewezen, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, waarna het UWV een nieuwe beslissing nam die het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beslissing. Uit het onderzoek blijkt dat de onkostenvergoeding een vaste, onbelaste vergoeding is die niet als loon wordt aangemerkt volgens de Wet op de loonbelasting 1964 en het Besluit dagloonregels. Bovendien is de vergoeding niet opgenomen in de loonopgave van de werkgever, wat bepalend is voor de dagloonvaststelling.
Het hoger beroep van appellant wordt verworpen, en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De Raad concludeert dat de onkostenvergoeding terecht buiten het loon is gelaten bij de berekening van het WW-dagloon.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de onkostenvergoeding niet tot het loon behoort en wijst het hoger beroep af.