ECLI:NL:CRVB:2012:BY3347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over geen toename arbeidsongeschiktheid tussen 2002 en 2008
Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat zijn arbeidsongeschiktheid eerder dan per 1 januari 2008 was toegenomen, tegen het besluit van het UWV van 30 juni 2010 dat dit ontkende. De rechtbank Roermond had het beroep van appellant reeds ongegrond verklaard, omdat de verzekeringsgeneeskundige advisering zorgvuldig was en er geen medische gegevens waren die een ernstiger beperking aantoonden dan het UWV aannam.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank met juistheid had geoordeeld dat het UWV terecht had vastgesteld dat er geen reden was de uitkering te herzien. De argumenten van appellant waren een herhaling van eerdere gronden die reeds door de rechtbank waren beoordeeld. Ook nieuwe aanvoeringen in hoger beroep leidden niet tot een ander oordeel.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 16 november 2012 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.