ECLI:NL:CRVB:2012:BY3347

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1565 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging besluit UWV over geen toename arbeidsongeschiktheid tussen 2002 en 2008

Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat zijn arbeidsongeschiktheid eerder dan per 1 januari 2008 was toegenomen, tegen het besluit van het UWV van 30 juni 2010 dat dit ontkende. De rechtbank Roermond had het beroep van appellant reeds ongegrond verklaard, omdat de verzekeringsgeneeskundige advisering zorgvuldig was en er geen medische gegevens waren die een ernstiger beperking aantoonden dan het UWV aannam.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank met juistheid had geoordeeld dat het UWV terecht had vastgesteld dat er geen reden was de uitkering te herzien. De argumenten van appellant waren een herhaling van eerdere gronden die reeds door de rechtbank waren beoordeeld. Ook nieuwe aanvoeringen in hoger beroep leidden niet tot een ander oordeel.

Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 16 november 2012 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.

Uitspraak

11/1565 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 31 januari 2011, 10/857 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 16 november 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. C.M.A. Mertens hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2012.
Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. R. Spanjer.
OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 30 juni 2010 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit van 17 december 2009, inhoudend dat de arbeidsongeschiktheid van appellant tussen 31 maart 2002 en 1 januari 2008 niet is toegenomen.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 30 juni 2010 ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat de verzekeringsgeneeskundige advisering die ten grondslag ligt aan het besluit van 30 juni 2010 voldoet aan de daaraan te stellen zorgvuldigheidseisen. Voorts heeft de rechtbank overwogen geen aanknopingspunten te zien om de eindconclusies van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek in twijfel te trekken. Door appellant is geen informatie overgelegd waaruit medische beperkingen zijn te herleiden die ernstiger zijn dan door het Uwv aangenomen.
3. Appellant heeft in hoger beroep het oordeel van de rechtbank bestreden. Hij heeft zich daarbij, evenals bij de rechtbank, op het standpunt gesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid eerder dan per 1 januari 2008 is toegenomen.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat er geen reden is de arbeidsongeschiktheidsuitkering van appellant in de periode 31 maart 2002 tot 1 januari 2008, te herzien. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat in essentie een herhaling van de gronden die hij reeds in beroep heeft aangevoerd en waarover de rechtbank in de aangevallen uitspraak met juistheid heeft geoordeeld. De gronden van hoger beroep behoeven mitsdien geen verdere bespreking. Hetgeen appellant in zijn brief van 22 september 2012 nog aanvoert leidt de Raad niet tot een ander oordeel dan waartoe de rechtbank is gekomen.
4.3. Het hoger beroep treft gelet op hetgeen is overwogen in 4.2 geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 november 2012.
(getekend) J. Brand
(getekend) I.J. Penning
TM