ECLI:NL:CRVB:2012:BY3510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op besluit arbeidsongeschiktheidsuitkering
De appellant verzocht het UWV om terug te komen op een besluit uit 1982 waarin hem een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) werd geweigerd vanwege het niet voldoen aan de inkomenseis. Dit verzoek was gebaseerd op een medische visie van arts S. Albers uit 2002, die de eerste arbeidsongeschiktheidsdag arbitrair op 1 oktober 1972 stelde.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat deze medische visie was achterhaald door een herbeoordeling in 2005 door een bezwaarverzekeringsarts, waardoor er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht aannam dat in 1982 ook is onderzocht of appellant mogelijk al op 17- of 18-jarige leeftijd arbeidsongeschikt was, mede op basis van onafhankelijke deskundigenrapporten van een zenuwarts en een psychiater. Tevens werd vastgesteld dat appellant niet in zijn procesrechten was geschaad, ondanks zijn afwezigheid bij de zitting wegens verblijf in het buitenland, aangezien zijn gemachtigde aanwezig was en er geen verzoek tot uitstel was ingediend.
Het hoger beroep slaagde niet en de Raad bevestigde het bestreden vonnis.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV uit 1982 wordt gehandhaafd.