ECLI:NL:CRVB:2012:BY3513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op WIA-uitkering en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft het hoger beroep van een besloten vennootschap tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen waarin het beroep tegen het besluit van het UWV werd afgewezen. Het UWV had vastgesteld dat de werknemer vanaf 17 december 2007 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Zowel de werknemer als de werkgever maakten bezwaar tegen dit besluit. Na onderzoek werd het bezwaar van de werknemer gegrond verklaard, maar het bezwaar van de werkgever ongegrond.
De werkgever stelde in hoger beroep dat de werknemer niet volledig arbeidsgeschikt was geweest gedurende de periode van werkhervatting en verzocht daarnaast om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De rechtbank wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af, omdat de werkgever onvoldoende had onderbouwd dat zij immateriële schade had geleden.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het hoger beroep beperkt was tot de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding en dat nieuwe beroepsgronden buiten de omvang van het geding vielen. De Raad bevestigde dat rechtspersonen slechts onder bijzondere omstandigheden aanspraak kunnen maken op vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding, en dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat geen recht op WIA-uitkering bestaat en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.