ECLI:NL:CRVB:2012:BY3796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant, werkzaam als bankwerker, meldde zich ziek met psychische en rugklachten. Het UWV beëindigde het recht op ziekengeld nadat verzekeringsartsen concludeerden dat appellant geschikt was voor zijn werk. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen waren toegenomen en dat medische rapporten dit onderschreven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor ernstige beperkingen. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze conclusie. De Raad vond dat de medische onderzoeken en rapportages voldoende waren en dat de WSW-indicatie niet gelijkgesteld kon worden aan ongeschiktheid voor arbeid.
De Raad oordeelde dat er geen aanleiding was voor nader onderzoek en dat de medische informatie onvoldoende was om het standpunt van de verzekeringsartsen te betwijfelen. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld blijft beëindigd wegens geschiktheid voor arbeid.