ECLI:NL:CRVB:2012:BY3885

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-4952 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing WUV-uitkering wegens onvoldoende verminderd functioneren door psychische klachten

Appellante, erkend als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv), verzocht om een periodieke uitkering vanwege psychische klachten die verband houden met haar vervolging. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees dit verzoek af omdat de klachten niet leidden tot een verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdsgenoten.

In bezwaar en beroep stelde appellante dat haar beperkingen, met name in sociaal functioneren en door slapeloosheid en nachtmerries, werden onderschat. Zij betwistte tevens de conclusies van het psychiatrisch rapport waarop de afwijzing was gebaseerd.

De Raad volgde echter de zorgvuldige beoordeling door psychiater J.R. Trudel, die een dysthyme stoornis met levensfaseproblemen vaststelde, en concludeerde dat appellante adequaat met haar klachten omgaat door afleiding en vrijwilligerswerk. De beperkingen waren gering tot matig en er waren geen medische gegevens die onderschatting aantonen.

De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 november 2012.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende verminderd functioneren.

Uitspraak

11/4952 WUV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak in het geding tussen
Partijen:
[A. te B. ] (appellante)
de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)
Datum uitspraak: 22 november 2012
PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 19 april 2011, kenmerk BZ01248406 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2012. Appellante is verschenen en verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.
OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellante, geboren in 1936 in het voormalig Nederlands-Indië, is bij besluit van 14 augustus 2009 erkend als vervolgde in de zin van de Wuv. Zij heeft in maart 2010 verzocht om toekenning van een periodieke uitkering en voorzieningen op grond van die wet. Bij besluit van 21 september 2010 zijn met ingang van 1 maart 2010 aan haar toegekend een vergoeding voor de kosten van huishoudelijke hulp en een tegemoetkoming in de kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer. Haar aanvraag voor een periodieke uitkering is hierbij afgewezen. Aanvaard is dat de psychische klachten van appellante in verband staan met de vervolging, maar deze hebben volgens verweerder niet geleid tot een verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdsgenoten. Deze afwijzing is na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit.
2. Naar aanleiding van hetgeen partijen in beroep naar voren hebben gebracht overweegt de Raad als volgt.
2.1. Appellante heeft zowel in bezwaar als in beroep naar voren gebracht dat de beperkingen die zij ondervindt van haar psychische klachten door verweerder zijn onderschat. Er is sprake van vermindering in met name het sociaal functioneren en appellante heeft kritiek geuit op het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende psychiatrisch rapport. Zij stelt in toenemende mate last te hebben van slapeloosheid en nachtmerries.
2.2. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
2.3. De Raad kan verweerder volgen in het standpunt dat de psychische klachten van appellante zorgvuldig zijn onderzocht door de psychiater J.R. Trudel. In de door appellante aangevoerde beroepsgronden heeft de Raad geen aanleiding gevonden om te concluderen dat verweerder de conclusies en bevindingen van deze psychiater in zijn rapport van 25 augustus 2010 niet heeft kunnen volgen. Als diagnose is gesteld dysthymie, met daarbij levensfaseproblemen (recente echtscheiding). Aanvaard is dat de dysthyme stoornis in verband staat met de vervolging. Uit het psychiatrisch rapport en de overige gegevens blijkt dat appellante adequaat kan omgaan met deze psychische klachten door veel afleiding te zoeken en zich intens in te zetten in vrijwilligerwerk. Ten tijde hier in geding was er sprake van geringe tot matige beperkingen bij het dagelijks functioneren door slaapproblemen en matige beperkingen in de stresstolerantie. Er zijn geen medische gegevens waaruit blijkt dat de beperkingen van appellante zijn onderschat. Voor zover de toestand van appellante na de beoordeling van haar aanvraag is verslechterd, kan dit geen rol spelen in het onderhavige beroep.
2.4. Gezien hetgeen onder 2.3 is overwogen wordt het beroep ongegrond verklaard.
3. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en R. Kooper en G.L.M.J. Stevens als leden, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 november 2012.
(getekend) A. Beuker-Tilstra
(getekend) S.K. Dekker