ECLI:NL:CRVB:2012:BY4022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.C.W. Lange
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verhoging WAO-uitkering wegens knieproblematiek en bloedziekte
Appellant ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens knie- en rugklachten. In 2005 werd deze uitkering verlaagd. Na melding van toegenomen knieproblemen in 2009 en een verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd de uitkering per 29 oktober 2008 verhoogd.
Appellant stelde in hoger beroep dat de verhoging terugwerkende kracht moest krijgen tot vóór 2005, stellende dat zijn bloedziekte MDS al in 1999 bestond en verband houdt met zijn arbeidsongeschiktheid. De Raad oordeelde dat deze primaire beroepsgrond buiten de reikwijdte van het geding viel.
Subsidiair voerde appellant aan dat de ingangsdatum van de verhoging vervroegd moest worden naar mei 2008. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat er geen medische aanwijzingen zijn dat de MDS verband houdt met de knieproblematiek die de basis vormt voor de uitkering.
Ook is geen reden om de toename van arbeidsongeschiktheid eerder dan 1 oktober 2008 vast te stellen. De medische gegevens, waaronder het rapport van orthopedisch chirurg Braakman, ondersteunen dit oordeel.
De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De verhoging van de WAO-uitkering met ingang van 29 oktober 2008 wordt bevestigd zonder terugwerkende kracht.