ECLI:NL:CRVB:2012:BY4032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening beëindiging Ziektewet-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant was sinds 2 mei 1994 arbeidsongeschikt wegens klachten aan de linkerpols, maar het UWV stelde vast dat hij per 10 mei 1994 geschikt was voor arbeid. Op 9 februari 2000 werd zijn Ziektewet-uitkering beëindigd, een besluit dat onherroepelijk werd.
In 2009 verzocht appellant het UWV om terug te komen op dit besluit, stellende dat er nieuwe medische inzichten waren over zijn polsklachten. Dit verzoek werd door het UWV en later door de rechtbank afgewezen omdat de aangevoerde feiten niet als nieuw konden worden beschouwd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische informatie niet relevant was voor de beoordeling van zijn arbeidsgeschiktheid in 1994. Er waren geen feiten of omstandigheden die tot een andere beslissing konden leiden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het eerdere besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.