ECLI:NL:CRVB:2012:BY4060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks persoonlijkheidsstoornis
Appellant, werkzaam als medewerker spuiterij, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. De verzekeringsarts en psychiater stelden een persoonlijkheidsstoornis vast met beperkingen in sociale interactie. Het UWV concludeerde dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af.
In bezwaar en beroep voerde appellant aan dat zijn persoonlijkheidsstoornis en stemmingswisselingen leiden tot ernstig disfunctioneren, vooral bij samenwerken en conflicthantering. De arbeidsdeskundigen en verzekeringsartsen bevestigden echter dat er voldoende functies zijn die appellant kan vervullen met een verlies aan verdiencapaciteit van circa 31,5%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat bepaalde functies geschikt waren gezien de conflictrisico's. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd, rechtsgevolgen blijven in stand, en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.