ECLI:NL:CRVB:2012:BY4177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens ontbreken ambtenarenstatus
Appellante verrichtte vanaf maart 2008 onbetaald werkzaamheden bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, maar er was geen schriftelijke aanstelling als ambtenaar. Na een sollicitatie voor een betaalde functie werd haar verzoek afgewezen, waarna zij bezwaar maakte tegen dit besluit. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellante geen ambtenaar was in de zin van artikel 1 van Pro de Ambtenarenwet en zij daarom geen beroep kon instellen tegen besluiten tot benoeming of aanstelling.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang en oordeelde dat de bestuursrechter niet bevoegd was om te oordelen over de weigering van een aanstelling, omdat appellante geen ambtenaar was. De Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat er geen aanwijzingen zijn dat appellante feitelijk als ambtenaar was aangesteld of dat er een bedoeling was om een ambtenarenverhouding tot stand te brengen.
Appellante voerde aan dat zij aanspraak had op gelijke behandeling en deed een beroep op diverse verdragsbepalingen en de Algemene wet gelijke behandeling, maar de Raad verwierp dit omdat het onderscheid in de Awb naar status gerechtvaardigd is. Ook bezwaar tegen de afhandeling van een klacht werd niet-ontvankelijk verklaard omdat daartegen geen beroep mogelijk is. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen ambtenaar is en geen beroep kan instellen tegen het besluit tot afwijzing van haar verzoek om een betaalde arbeidsplaats.