ECLI:NL:CRVB:2012:BY4193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake ingangsdatum hervatting WAO-uitkering en proceskosten
In deze zaak staat het hoger beroep van appellant tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam centraal betreffende de ingangsdatum van de hervatting van zijn WAO-uitkering en de ontvankelijkheid van zijn bezwaarschriften.
De rechtbank had het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het beroep tegen het tweede besluit eveneens niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het derde besluit werd ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat appellant het Uwv niet tijdig had geïnformeerd over zijn adreswijziging. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunten herhaald zonder nieuwe gronden aan te voeren.
Het Uwv heeft een nieuw besluit genomen waarbij de ingangsdatum van de hervatting van de uitkering werd aangepast van 22 maart 2006 naar 13 februari 2006, omdat op die datum bekendheid bestond van de verhuizing van appellant. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beroep tegen het eerste besluit niet slaagt, het eerdere vonnis over het derde besluit wordt vernietigd, en het beroep tegen het vierde besluit ongegrond is. Tevens wordt het Uwv veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het beroep tegen het vierde besluit wordt ongegrond verklaard, met veroordeling van het Uwv in proceskosten.