ECLI:NL:CRVB:2012:BY4598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde voorschotten persoonsgebonden budget
Appellante ontving sinds 2003 een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg. Na haar emigratie per 1 januari 2007 maakte zij geen aanspraak meer op het pgb. Desondanks betaalde het Zorgkantoor in 2007 twee voorschotten van in totaal € 2.677,11 aan appellante.
Het Zorgkantoor stelde bij besluit vast dat appellante geen recht had op deze voorschotten en vorderde het bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij mocht vertrouwen op het behoud van de voorschotten omdat zij dacht dat het om een nabetaling over 2006 ging en dat zij door de verhuizing niet alle bankmutaties had gecontroleerd.
De Raad verwierp dit betoog. De bijschrijving van de voorschotten was duidelijk bestemd voor 2007 en appellante had geen besluit ontvangen waaruit een recht op deze bedragen bleek. Het Zorgkantoor had het recht om de voorschotten terug te vorderen. Het beroep in hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 2.677,11 wordt bevestigd.