ECLI:NL:CRVB:2012:BY4602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- M.I. ‘t Hooft
- Rechtspraak.nl
Beëindiging financiële tegemoetkoming eigen auto op grond van Wmo bevestigd
Appellante was tot 1 januari 2007 in aanmerking gekomen voor een financiële tegemoetkoming voor het gebruik van haar eigen auto. Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle besloot deze tegemoetkoming niet te verlengen vanaf 1 april 2009, omdat appellante geacht werd gebruik te kunnen maken van het openbaar vervoer. Diverse medische adviezen van Van Brederode gaven aan dat de beperkingen van appellante vooral psychosociaal van aard zijn en dat er geen medische contra-indicatie is voor het openbaar vervoer.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante stelde dat haar klachten reëel zijn en dat er een verzwaarde motiveringsplicht geldt vanwege de lange periode waarin zij een vervoersvoorziening ontving. Ook beriep zij zich op het vertrouwensbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische adviezen zorgvuldig zijn en dat er geen objectief vastgestelde beperkingen zijn die een vervoersvoorziening rechtvaardigen. De Raad verwierp het standpunt van appellante over een verzwaarde motiveringsplicht en het beroep op het vertrouwensbeginsel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen vervoersvoorziening toekomt en verklaart het hoger beroep ongegrond.