ECLI:NL:CRVB:2012:BY4614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wijkagent wegens verjaring na PTSS-klachten
Betrokkene, een wijkagent, kreeg in 2001 PTSS-klachten na traumatische gebeurtenissen tijdens zijn werk. Na behandeling keerde hij in 2002 terug in zijn functie, maar viel in 2003 opnieuw uit met dezelfde klachten. In 2007 stelde hij appellant aansprakelijk voor schade.
Appellant wees het verzoek om schadevergoeding af en beriep zich op verjaring. De rechtbank oordeelde dat de verjaring pas begon toen betrokkene in 2003 weer uitviel en besefte dat hij blijvende schade had. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat betrokkene tijdig in actie is gekomen.
De Raad vernietigt het eerdere besluit wegens gebrekkige motivering en draagt appellant op binnen zes weken een inhoudelijk besluit te nemen op de bezwaren van betrokkene. De afwijzing van de schadevergoeding blijft in stand.
De zaak draait om de vraag wanneer de verjaringstermijn begint te lopen bij psychische beroepsziekten en bevestigt dat dit het moment is waarop de ambtenaar de aard en omvang van de schade kan beseffen.
De uitspraak benadrukt de zorgplicht van de werkgever, maar oordeelt dat die in deze zaak is nageleefd en dat het verzoek om schadevergoeding niet ontvankelijk is wegens verjaring.
Uitkomst: De schadevordering van de wijkagent wordt afgewezen wegens verjaring, waarbij de Raad bevestigt dat de verjaringstermijn pas begon te lopen bij de hernieuwde uitval in 2003.