ECLI:NL:CRVB:2012:BY4636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herroeping besluiten intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellant en appellante ontvingen beiden bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde op basis van een onderzoek van de sociale recherche dat zij een gezamenlijke huishouding voerden en herzag en vorderde de bijstand terug.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de getuigenverklaringen en het onderzoek onvoldoende concrete feiten bevatten om te concluderen dat appellante haar hoofdverblijf had in de woning van appellant gedurende de relevante periode.
De Raad oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een gezamenlijke huishouding in de zin van artikel 3, tweede lid, WWB. Hierdoor ontbrak een toereikende grondslag voor de herziening en terugvordering van de bijstand.
De Raad vernietigde de bestreden besluiten en herroept de eerdere besluiten van november en december 2009. Daarnaast veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding worden vernietigd en herroepen wegens onvoldoende bewijs.