ECLI:NL:CRVB:2012:BY4660

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3384 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Besluit bezoldiging politie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van tijdelijke salarisschaalinschaling in afwachting van definitieve functiewaardering

Appellant was werkzaam in een functie met salarisschaal 9 en werd per juli 2008 benoemd tot Teamleider in salarisschaal 10. De korpsbeheerder maakte kenbaar dat de functie indicatief was gewaardeerd in schaal 11, maar dat de definitieve waardering zou volgen na verdere ontwikkeling van het landelijke functiehuis.

De korpsbeheerder handhaafde bij besluiten van 29 juli 2009 en 11 november 2010 de inschaling in schaal 10 in afwachting van de definitieve waardering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde dat hij recht had op inschaling in de hogere indicatieve schaal en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat anderen wel in die schaal waren ingedeeld.

De Raad oordeelde dat de tijdelijke inschaling in schaal 10 rechtmatig is en dat er geen rechtsregel bestaat die appellant aanspraak geeft op de indicatieve schaal 11. Tevens is van belang dat bij definitieve indeling in schaal 11 terugwerkende kracht wordt verleend tot 2 juli 2009. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat er geen gelijke uitgangspositie is tussen appellant en de coördinatoren. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de tijdelijke inschaling in salarisschaal 10 en wijst het beroep van appellant af.

Uitspraak

11/3384 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 3 mei 2011, 10/4585 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
de Korpsbeheerder van de politieregio Gelderland-Midden (korpsbeheerder)
Datum uitspraak 29 november 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M. Scheggetman, hoger beroep ingesteld.
De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2012.
Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Scheggetman. De korpsbeheerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.G. Haverkamp.
OVERWEGINGEN
1.1. Appellant was werkzaam in een functie met bijbehorende salarisschaal 9. Appellant heeft succesvol gesolliciteerd naar de functie van Teamleider en is per juli 2008 als zodanig aangesteld, in salarisschaal 10.
1.2. Bij brief van 12 juni 2008 heeft de korpsbeheerder aan appellant kenbaar gemaakt dat de functie Teamleider indicatief gewaardeerd is op salarisschaal 11. De functie zal in een later stadium, afhankelijk van de (door)ontwikkeling van landelijk korpsprogramma Versterking Opsporing en het nieuwe Landelijk Functiehuis Nederlandse Politie (LFNP), definitief gewaardeerd worden.
1.3. Bij besluit van 29 juli 2009 heeft de korpsbeheerder de indeling van appellant in salarisschaal 10, in afwachting van de definitieve waardering van de functie van Teamleider, gehandhaafd.
1.4. Bij besluit van 11 november 2010 (bestreden besluit) is dit besluit na bezwaar gehandhaafd.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, geen sprake is van persoonlijke inschaling, omdat iedereen op de afdeling van appellant is geconfronteerd met een indicatieve waardering. Appellant is van mening dat hij niet benadeeld mag worden door het feit dat de functie nog steeds niet definitief gewaardeerd is. Verder heeft appellant herhaald dat de besluitvorming van de korpsbeheerder in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, nu een aantal coördinatoren wel in de voor hem geldende indicatieve schaal is ingedeeld.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Terecht heeft de rechtbank, onder verwijzing naar de uitspraak van de Raad van 1 maart 2007, LJN BA0460, overwogen dat het hier gaat om een tijdelijke inschaling in afwachting van een definitieve functiewaardering met bijbehorende inschaling, waartegen artikel 6, tweede lid, van het Besluit bezoldiging politie zich niet verzet. Dat iedereen op de afdeling van appellant met deze situatie is geconfronteerd, maakt niet dat hier in - al die gevallen - geen sprake kan zijn van een persoonlijke inschaling. Er valt geen rechtsregel aan te wijzen die appellant aanspraak geeft op inschaling in de indicatieve en dus nog onzekere hogere schaalindeling. Van belang daarbij is dat, als zijn functie alsnog wordt ingedeeld in schaal 11, daaraan terugwerkende kracht wordt verleend tot 2 juli 2009, de datum met ingang waarvan zijn tijdelijke inschaling is verlengd.
4.2. Voor zover appellant nog heeft aangevoerd dat hij veel belang heeft bij indeling in de indicatieve schaal, nu veel onduidelijkheid bestaat over zijn uitgangspositie bij de matching met functies in het toekomstige LFNP, is ter zitting gebleken dat over de uitgangspositie van appellant bij de invoering van het LFNP en de matching met de in het nieuwe functiehuis voorkomende functies met bijbehorende salarisschalen, door de korpsbeheerder aparte besluiten zullen worden genomen. Appellant kan eventuele bezwaren in een bezwaarprocedure tegen die besluiten inbrengen. Dit aspect gaat de omvang van dit geding dan ook te buiten.
4.3. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet, nu bij appellant en de coördinatoren geen sprake is van een gelijke uitgangspositie. Verwezen wordt naar hetgeen de rechtbank daarover heeft overwogen.
5. Voorgaande overwegingen leiden tot de conclusie dat de rechtbank het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en N.J. van Vulpen-Grootjans en K. Zeilemaker als leden, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2012.
(getekend) A. Beuker-Tikstra.
(getekend) K. Zeilemaker
RB