ECLI:NL:CRVB:2012:BY4736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-loonaanvullingsuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving vanaf november 2007 een WGA-loonaanvullingsuitkering (LAU) op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Het UWV trok deze uitkering in augustus 2008 in per oktober 2008, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 35%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, stellende dat de beperkingen van appellant op verantwoorde wijze waren vastgesteld en dat hij passend werk kon verrichten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat de geselecteerde functies zijn belastbaarheid te boven gingen. Hij overlegde medische rapporten van een medisch adviseur en een psychiater, alsmede financiële gegevens. Het UWV bracht reacties van de bezwaarverzekeringsarts in, die stelde dat de medische stukken geen nieuwe feiten bevatten en dat de psychiater zijn situatie pas in 2011 beschreef, wat niet relevant was voor de datum van het besluit in 2008.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand was gekomen en berustte op voldoende medische en arbeidskundige gronden. De door appellant overgelegde stukken gaven geen aanleiding tot twijfel over de juistheid van de eerdere conclusies. De financiële gegevens waren niet relevant voor de beoordeling van de belastbaarheid. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WGA-loonaanvullingsuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.