ECLI:NL:CRVB:2012:BY4741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een WAO-uitkering van januari 2000 tot december 2005 en meldde zich in juni 2009 toegenomen arbeidsongeschikt. Het UWV kende haar in februari 2010 een WAO-uitkering toe met 80-100% arbeidsongeschiktheid, maar trok deze in april 2010 per 15 juni 2010 in wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op een rapport van een verzekeringsarts.
Na bezwaar wijzigde het UWV de ingangsdatum van intrekking naar 23 december 2010, omdat een bezwaarverzekeringsarts een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) had opgesteld waaruit bleek dat de arbeidsongeschiktheid onder 15% lag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de belastbaarheid juist was vastgesteld en de functies medisch passend waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische en lichamelijke klachten, ondersteund door een gemeentelijke beslissing en een psycholoogverklaring. Het UWV verwees naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts die de medische situatie zorgvuldig had beoordeeld.
De Raad concludeerde dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts een deugdelijke basis vormde voor de vastgestelde functionele beperkingen en dat de aanvullende stukken geen aanleiding gaven het oordeel te herzien. De arbeidskundige rapporten toonden aan dat de belasting in de geselecteerde functies de mogelijkheden van appellante niet te boven ging. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.