ECLI:NL:CRVB:2012:BY5023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- E.J. Govaers
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om kwijtschelding restantschuld bij dwanginvordering
Appellant moest een bedrag van €15.335,82 terugbetalen wegens ten onrechte ontvangen bijstand. Omdat appellant niet vrijwillig aflost, legde het college beslag op zijn WAO-uitkering en vond aflossing plaats via dwanginvordering.
Appellant verzocht om kwijtschelding van de restantschuld, verwijzend naar vijf jaar aflossing en het feit dat zijn gezin onder de bijstandsnorm leeft. Het college wees dit verzoek af op grond van het debiteurenbeleid dat kwijtschelding uitsluit bij aflossing via dwanginvordering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het beleid binnen redelijke grenzen blijft en dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangetoond om van het beleid af te wijken. Ook werd gesteld dat appellant niet met objectieve medische stukken zijn kwetsbaarheid had onderbouwd en dat de beslagvrije voet bescherming biedt.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de restantschuld wordt afgewezen omdat aflossing via dwanginvordering plaatsvond en geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond.