ECLI:NL:CRVB:2012:BY5246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant was werkzaam als accountmanager en ontving sinds 1 april 2005 een WW-uitkering. Op 15 juli 2009 meldde hij zich ziek en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Het UWV beëindigde deze uitkering per 30 juni 2010, omdat appellant volgens medisch onderzoek geschikt was voor zijn werk.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het UWV beschikte over een zorgvuldige medische beoordeling, ondanks een door appellant ingediend rapport dat onvoldoende overtuigde. Appellant verzocht ook om benoeming van een onafhankelijke deskundige, wat werd afgewezen.
In hoger beroep bracht appellant een nieuw medisch rapport in, maar de Raad oordeelde dat dit rapport onvoldoende bewijs leverde dat appellant zijn werk niet kon verrichten. De Raad stelde dat de beperkingen uit het rapport niet zonder meer op de situatie in 2010 konden worden geprojecteerd en dat de nekbelasting in de maatgevende arbeid niet onverenigbaar was met de klachten.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht had vastgesteld dat appellant geschikt was voor zijn arbeid en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor benoeming van een deskundige en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.